



- Beschikbaarheid: Op voorraad
- Model: roman hoard
Romeinse muntvondst bij Auxerre (Frankrijk)
Vondstbeschrijving
In de omgeving van Auxerre (departement Yonne, Bourgogne, Frankrijk) werd zo'n dertig jaar geleden door een Nederlandse detectoramateur een groep van 22 Romeinse bronzen munten aangetroffen. De vondst omvat voornamelijk folles (nummi) uit de regeringsperiode van Constantijn de Grote (306–337 n.Chr.), aangevuld met enkele exemplaren van zijn zoon Constantinus II (316–340 n.Chr.) en een van zijn zoon Crispus (317–326 n.Chr.) Alle munten zijn geslagen in de muntplaats Ticinum (het huidige Pavia, Noord-Italië) en dragen in het exergue de munttekens PT en TT, verwijzend naar respectievelijk de prima en tertia officina. De keerzijden tonen de inscripties VOT X en VOT XX binnen een lauwerkrans, vaak voorzien van een halve maan als controleteken. Deze combinatie is typerend voor de Constantijnse jubileumuitgiften in de eerste helft van de 4e eeuw.
Crispus en Constantinus II
De aanwezigheid van Crispus — de oudste zoon van Constantijn — verleent de vondst een duidelijke historische ankerplaats. Crispus werd in 317 tot Caesar benoemd en bekleedde belangrijke militaire functies in het westen van het rijk. Zijn portretmunten tonen hem als volwaardige troonopvolger naast zijn vader. Zijn executie in 326 n.Chr. markeert het abrupte einde van zijn muntslag. Daarnaast zijn enkele munten van Constantinus II, de jongste zoon van Constantijn, aanwezig. Hij werd eveneens in 317 tot Caesar verheven en kreeg vanaf ca. 323 eigen muntemissies, eveneens vanuit Ticinum. De combinatie van Crispus- en Constantinus II-stukken met de Constantijnse hoofdreeks wijst op een tijdvak van emissie en circulatie rond 320–327 n.Chr.
Chronologie
De VOT-inscripties verwijzen naar de geloften ter gelegenheid van de decennalia (VOT X, ca. 315–321 n.Chr.) en vicennalia (VOT XX, ca. 325 n.Chr.) van Constantijn de Grote. De aanwezigheid van Crispus en Constantinus II suggereert een begravingsdatum in de jaren 322–327 n.Chr. De vondst vormt daarmee een representatief voorbeeld van circulerend muntgeld uit de overgangsperiode tussen Constantijns decennalia- en vicennalia-series.
Metaal en conserveringstoestand
De munten zijn vervaardigd van brons met resten van een zilveren waslaag (silvering), een gebruikelijke afwerking voor nummi uit het eerste kwart van de 4e eeuw. De toestand varieert ruim fraai tot zeer fraai, waarbij meerdere exemplaren nog een goed herkenbare zilverglans en scherpe details vertonen.
Interpretatie
De groep vormt een homogene serie uit één muntplaats binnen een nauwe chronologische bandbreedte. Dat uitsluitend Ticinum-productie aanwezig is, duidt op een selectieve circulatiepartij die via handels- of militaire routes vanuit Noord-Italië in Gallië is terechtgekomen. Het betreft vermoedelijk een klein spaardepot of noodverberging, kort na 325 n.Chr. begraven. De aanwezigheid van drie leden van de Constantijnse dynastie onderstreept de politieke continuïteit van deze fase in de Romeinse keizertijd.
| Constantine the Great | PT | VOT XX crescent | 12 |
| Constantine the Great | TT | VOT XX crescent | 2 |
| Constantine II | PT | VOT X crescent | 5 |
| Crispus | PT | VOT X crescent | 3 |