
- Beschikbaarheid: Op voorraad
- Model: Concordiae Laodicea denarius
Uitzonderlijk gewicht voor deze denarius, Deze prachtige munt is geslagen ter gelegenheid van hun huwelijk, dat niet lang duurde. Aantrekkelijke buste en mooie kabinettoning! Toen de jonge Caracalla in het jaar 202 n.Chr. trouwde met Plautilla, de dochter van de invloedrijke praetoriaanse prefect Gaius Fulvius Plautianus, werd het huwelijk gevierd met de uitgifte van nieuwe munten. Deze denarius toont Plautilla als Augusta, de officiële titel van een keizerin, en moest het beeld van harmonie binnen de keizerlijke familie uitdragen. De keerzijde met Concordia, de godin van eendracht, symboliseert de gewenste eenheid tussen het jonge echtpaar en tussen hun families. De patera in haar hand verwijst naar de offers die de godin eerden, terwijl de dubbele cornucopia overvloed en voorspoed belooft — een visueel programma dat de dynastieke stabiliteit van het Severische huis moest bevestigen. In werkelijkheid was het huwelijk verre van harmonieus. Caracalla, bekend om zijn wispelturige en wrede aard, verafschuwde zijn echtgenote en liet haar na de val van haar vader verbannen naar Sicilië of Lipara, waar zij omstreeks 212 n.Chr. werd geëxecuteerd. Zo blijft de munt een wrang symbool van schijnbare concordia tegenover politieke berekening en persoonlijke haat.
Denominatie:
AR Denarius
Conditie:
Prachtig
Formaat:
19 mm
Gewicht:
4,17 gram
Periode:
ca. 202 na chr.
Muntplaats:
Laodicea ad Mare
Muntsnede:
-
Voorzijde:
PLAVTILLA AVG Gedrapeerde buste naar rechts
Achterzijde:
CONCORDIAE, Concordia met patera en dubbele cornucopiae naar links gezeten. De harmonie.
Referentie:
RIC 370 schaars
Fulvia Plautilla, geboortejaar onbekend, dood circa 211, was echtgenote van Caracalla en keizerin van Rome van 202 tot 205. De vader van Plautilla, Gaius Fulvius Plautianus, kwam uit dezelfde geboorteplaats, de Noord-Afrikaanse stad Leptis Magna (ook Lepcis Magna) als Septimius Severus, en was sinds 197 prefect van de Praetoriaanse garde. Als zodanig reisde hij mee met de keizer. Hij had hem overreed om zijn oudste zoon Caracalla te laten trouwen met Plautilla. De bruiloft vond plaats in 202 in ongekende pracht en praal en Plautilla werd na haar bruiloft de titel Augusta toegekend. Het jong getrouwde stel wilde echter niets met elkaar te maken hebben en weigerde zelfs de eettafel met elkaar te delen. Plautianus gebruikte de bruiloft waarschijnlijk om zijn eigen positie nog meer te verbeteren. In 203 was hij consul. Hij had zich verrijkt met het innen van de belastingen op de graanbevoorrading, had door het hele rijk standbeelden van zichzelf laten oprichten die groter waren dan die van de keizer (en waar hij problemen mee kreeg). Maar een sterfbed-getuigenis van Severus' broer, Publius Septimius Geta, werd hem fataal. Volgens die getuigenis zou Plautianus aan soldaten van de garde hebben gevraagd om Severus en Caracalla te vermoorden. Op 22 januari 205 werd Plautianus op het paleis ontboden en onder het toeziend oog van Severus en Caracalla door soldaten vermoord. Caracalla scheidde onmiddellijk van Plautilla en liet haar naar Lipari, een vulkanisch eiland bij Sicilië, verbannen. Daar werd zij, vlak na Geta's dood, eind december 211 vermoord.