
- Beschikbaarheid: Op voorraad
- Model: Fel Temp cyzicus SMK?
De keerzijde verbeeldt de militaire kracht van Rome en de overwinning op zijn buitenlandse vijanden. De bebaarde ruiter, die van zijn paard is gevallen en zich met uitgestrekte arm naar zijn aanvaller omdraait, wordt vanwege zijn oosterse uiterlijk doorgaans als een Sassanidische Pers geïnterpreteerd. Mogelijk verwijst de voorstelling naar de langdurige oorlogen van Constantius II tegen het Sassanidische Rijk en in het bijzonder naar de slag bij Singara in 344, al blijft deze specifieke koppeling onzeker. De Romeinse soldaat kan tevens symbolisch worden opgevat als de keizer zelf in zijn rol van overwinnende veldheer en beschermer van het rijk. Het omschrift FEL TEMP REPARATIO, een afkorting van Felicium Temporum Reparatio, betekent ‘het herstel van gelukkige tijden’. Het type werd in 348 ingevoerd als onderdeel van een omvangrijke munthervorming en beloofde een terugkeer naar een periode van vrede, veiligheid en voorspoed. Het dynamische gevechtstafereel maakte duidelijk hoe dat herstel volgens de keizerlijke boodschap tot stand kwam: door Romeinse militaire superioriteit en de bescherming van de grenzen. De voorstelling was waarschijnlijk in het bijzonder gericht op het leger, waarvan de loyaliteit voor Constantius II van levensbelang was, maar bracht ook aan de algemene bevolking een herkenbare boodschap over: onder leiding van de keizer zou Rome zijn vijanden overwinnen en de veiligheid van het rijk herstellen.
Denominatie:
AE2
Conditie:
Bijna prachtig, zilverlaagje en mooie details!
Formaat:
22 mm
Gewicht:
6,17 gr
Periode:
351-354 Na chr.
Muntplaats:
Cyzicus?
Muntsnede:
SMK?
Voorzijde:
D N CONSTANTIVS PF AVG Constantius met kuras en drapering naar rechts, diadeem. Onze heer Constantius hogepriester augustus.
Achterzijde:
FEL TEMP REPARATIO, Soldaat met schild doorspietst een gevallen ruiter. De gelukkige tijden komen terug. Gamma in veld.
Referentie:
Cf. RIC VIII 92
Tweede zoon van Constantijn de Grote, geboren in Sirmium en al in 324 tot Caesar benoemd. Na de dood van zijn vader in 337 greep hij snel macht — vermoedelijk was hij de aanstichter van de moord op een groot deel van de mannelijke familieleden — en verdeelde hij het rijk met zijn broers Constantijn II en Constans. Hij kreeg het oosten, zonder Thracië, Achaea en Macedonië. Beide broers stierven binnen dertien jaar: Constantijn II in 340 in een gevecht met Constans, Constans zelf in 350 door toedoen van usurpator Magnentius. Constantius maakte zijn neef Gallus tot Caesar voor het oosten en trok zelf naar Italië. Na een onbesliste slag bij Mursa (351) versloeg hij Magnentius definitief bij Mons Seleucus (353); Gallus liet hij een jaar later executeren wegens opstandigheid. Aan de oostgrens vochten de Perzen hem voortdurend aan, met wisselend maar overwegend afwerend succes. Tegen Germaanse stammen ging het beter: overwinning op de Alamannen in 354, campagnes tegen Quaden en Sarmaten aan de Donau. In 355 benoemde hij op advies van zijn vrouw Eusebia zijn neef Julianus tot Caesar in Gallië. Diens successen daar leidden ertoe dat de troepen hem in 360 tot keizer uitriepen. De dreigende burgeroorlog bleef uit doordat Constantius in november 361 een natuurlijke dood stierf.