
- Beschikbaarheid: Verkocht
- Model: SOL INVICTO COMITI T.T
Prachtige sol op de keerzijde! Deze munt werd geslagen in de vroege regeringsjaren van keizer Constantijn de Grote, een periode waarin hij zijn macht nog moest consolideren na de politieke chaos van de Tetrarchie. De keerzijde toont Sol Invictus, de “Onoverwinnelijke Zon”, die in deze tijd fungeerde als een belangrijke beschermgod van het keizerschap. De inscriptie SOLI INVICTO COMITI betekent letterlijk “aan Sol, de onoverwinnelijke metgezel (van de keizer)”. Hiermee presenteerde Constantijn de zonnegod als zijn goddelijke bondgenoot en beschermer. De globe in Sols hand symboliseert wereldheerschappij en kosmische orde, terwijl het opgeheven gebaar bescherming en gunst uitdrukt. De ster in het veld versterkt de associatie met hemellichamen en goddelijke macht. Dit type weerspiegelt de religieuze en politieke propaganda van het begin van Constantijns regering. Hoewel de keizer later beroemd werd als beschermheer van het christendom, bleef hij in deze jaren nog sterk gebruikmaken van traditionele Romeinse zonne-symboliek om zijn legitimiteit en universele heerschappij te benadrukken.
Denominatie:
AE Follis
Conditie:
Prachtig
Formaat:
22 mm
Gewicht:
2,9 gram
Periode:
314-315 Na chr.
Muntplaats:
Ticinum
Muntsnede:
T.T
Voorzijde:
IMP CONSTANTINVS PF AVG, Gepantserde buste naar rechts, gelauwerd. Constantijn als Augustus.
Achterzijde:
SOLI INVICTO COMITI, Sol met globe en opgeheven arm naar links, ster in veld
Referentie:
RIC VI 22
Constantijn de Grote was de zoon van Constantius Chlorus die hem op zijn sterfbed in York tot Caesar uitriep (306 na chr.). In 307 werd hij Augustus. Hij was de eerste keizer die zich tot het christendom bekeerde. Dat deed hij na de slag bij de Milvische brug waarin Maxentius werd verslagen. Hij liet in de slag het christenteken (labarum) op de schilden van zijn manschappen schilderen en droeg daarna de overwinning op aan de christelijke god. In 324 werd hij alleenheerser, na Licinius verslagen te hebben in diverse veldslagen. In 337 stierf hij in Nicomedia.