
- Beschikbaarheid: Verkocht
- Model: Campgate Siscia ESIS crescent
In de loop der tijd veranderden de grenzen van het Romeinse Rijk – de limes – in verdedigingslinies tegen invallen van barbaarse stammen. Langs deze grenzen werden wachttorens en verdedigingswerken gebouwd om steden en militaire posten te beschermen. Een bijzonder voorbeeld uit deze periode is de Porta Nigra in Trier (Duitsland), de enige bewaard gebleven Romeinse kamppoort. Kamppoorten vormden ook een populair motief op Romeinse munten, vooral tijdens en na de regering van keizer Constantijn de Grote. Deze munten tonen de ingang van een Romeins legerkamp, vaak met indrukwekkende details zoals openstaande deuren, decoraties, en verwijzingen naar specifieke muntplaatsen (officinae). Er bestaan talloze varianten, en sommige zijn tegenwoordig gewilde verzamelobjecten. Deze afbeeldingen dienden als propaganda: het rijk kampte met voortdurende dreiging van barbaarse aanvallen, en door de kracht en verdediging van het leger te benadrukken, werden de burgers gerustgesteld. Hoewel sommige torens op deze munten wel eens als vuurbakens worden aangeduid, is dit waarschijnlijk onjuist. De echte vuurbakens dienden om signalen tussen legerposten door te geven. Veel van deze munten werden geslagen tijdens de burgeroorlog tussen keizer Constantijn in het oosten en zijn rivaal Licinius in het westen – een periode waarin het belang van militaire macht en communicatie centraal stond.
Denominatie:
AE Follis
Conditie:
zeer fraai
Formaat:
18 mm
Gewicht:
2,49 gram
Periode:
328-329 Na chr.
Muntplaats:
Siscia
Muntsnede:
ESIS halve maan
Voorzijde:
CONSTANTINVS IVN NOB C, gelauwerde buste naar rechts. Constantijn als Caesar. Constantinus de meest nobele junior Caesar.
Achterzijde:
PROVIDENTIAE CAESS kamppoort zonder deuren. daarboven ster. Voorspoed voor de keizers.
Referentie:
RIC 216
Flavius Claudius Constantinus, bekend als Constantijn II (Arles februari 316 – 340) was een Romeins keizer van 337 tot 340.
Constantijn was de oudste zoon van Constantijn de Grote en diens vrouw Fausta. Hij werd al op 1 maart 317 benoemd tot Caesar, en werd al vanaf jonge leeftijd meegenomen op veldtochten. In september 337, na de dood van Constantijn de Grote, kwamen Constantijn en zijn jongere broers Constantius II en Constans bij elkaar om het land te verdelen tussen hun drieën. Constantijn kreeg Brittania, Gallia, Hispania en een stuk van Mauretania.
In 340 trok hij ten strijde tegen Constans in Italië, om wat land van hem af te pakken. Constantijns leger werd echter verslagen en hijzelf kwam om het leven nabij Aquileia. Constans nam zijn gebieden over.