
- Beschikbaarheid: Op voorraad
- Model: PRINCIPI IVVENTVTIS denarius
Zeldzame caesar, zoon van Maximinus I, mooi portret. Nadat zijn vader in 235 door het leger tot keizer was uitgeroepen, kreeg Maximus in 235 of 236 de rang van Caesar. Zijn portret op de voorzijde toont hem met onbedekt hoofd en een gedrapeerd gewaad. Het ontbreken van een keizerlijke lauwerkrans past bij zijn positie als troonopvolger. Het opschrift MAXIMVS CAES GERM noemt zijn naam, rang en de eretitel Germanicus, die verband hield met de Germaanse overwinningen van zijn vader. Op de keerzijde staat Maximus in militaire kleding, met een commandostaf en een schuin gehouden speer. Achter hem staan twee signa, militaire veldtekens. Het opschrift PRINC IVVENTVTIS staat voor Princeps Iuventutis, ‘leider van de jeugd’. Deze traditionele titel werd aan jonge leden van het keizerlijk huis verleend en onderstreepte hun positie als toekomstige heerser. De militaire voorstelling presenteert Maximus als een geschikte toekomstige bevelhebber, met een duidelijke band met het leger.
Denominatie:
Denarius
Conditie:
Ruim zeer fraai, mooi getoond
Formaat:
19 mm
Gewicht:
3,05 gram
Periode:
236-238 Na chr.
Muntplaats:
Rome
Muntsnede:
-.-
Voorzijde:
MAXIMVS CAES GERM, gedrapeerde buste met kuras naar rechts, blootshoofds. Maximus als Caesar.
Achterzijde:
PRINCIPI IVVENTVTIS, Prins van de Jeugd. Maximus in militair tenue met stok en scepter, achter hem 2 standaards..
Referentie:
RIC 3
Gaius Iulius Verus Maximus (217/220-Aquileia, april 238) was de zoon van keizer Maximinus I Thrax en diens vrouw Caecilia Paulina. In 236, een jaar na de machtsovername van zijn vader, werd aan Maximus door de Senaat de titel van Caesar verleend, waarmee hij als troonopvolger en co-regent werd bestempeld. Ofschoon hij zichzelf Germanicus noemde, zou Maximus zich volgens latere bronnen nauwelijks hebben bekommerd om militaire aangelegenheden, maar zich liever aan luxe hebben overgegeven. Als dit inderdaad zo was, haalde hij zich misschien op deze manier het ongenoegen van de legionairs op zijn nek, die bij de moord op zijn vader in april 238 in Aquileia de gelegenheid aangrepen, om zich ook van de vermoedelijke opvolger te ontdoen. Volgens een andere lezing was Maximus echter een goed opgeleide, gezellig in de omgang zijnde jonge man die in staat zou zijn geweest om de relatie van zijn vader met de Senaat te verbeteren, als hij hem naar Rome zou hebben gestuurd. De afgehakte hoofden van vader en zoon werden op staken naar Rome gestuurd om te worden tentoongesteld