Menu
Menu
Winkelwagen

JUDAEA - Jeruzalem Coponius palm en graanhalm (JUL2217)

JUDAEA - Jeruzalem Coponius palm en graanhalm (JUL2217)
Verkocht
JUDAEA - Jeruzalem Coponius palm en graanhalm (JUL2217)
  • Beschikbaarheid: Verkocht
  • Model: Coponius prutah
€ 55,00

JUDAEA. Coponius. 6-9 na Chr. Æ Prutah (16mm, 1,61 gr). Jeruzalem. Gedateerd tijdens het 36ste regeringsjaar van Augustus (5/6 na Chr).  KAICA-POC Graanhalm / Palmboom; L ΛΓ (datum). Meshorer 311; Hendin 1328; RPC I 4954.

Coponius was de eerste praefectus over Judea, van 6 tot 9 na Chr. Voorafgaand aan Coponius' bestuur was Judea een vazalstaatje dat geregeerd werd door Herodes Archelaüs, die in 4 v.Chr. zijn vader Herodes de Grote was opgevolgd. Archelaüs werd door keizer Augustus echter uit zijn ambt ontheven wegens wanbestuur. Judea (met inbegrip van de gebieden Samaria en Idumea) werd een Romeinse provincie. De Judeese prefect was verantwoording verschuldigd aan de gouverneur van Syrië. Coponius' bestuur begon onrustig. Om de hoogte van de voor Rome vereiste belasting te kunnen vaststellen, voerden Quirinius en Coponius in 6 na Chr. een volkstelling uit, waarbij de inwoners van Judea aangifte moesten doen van hun bezittingen. Veel Joden ervoeren dit als zeer pijnlijk. Judas de Galileeër was een Joodse opstandeling, die een gewapende strijd voer in 6 na Chr. tegen de opgelegde census. Deze opstand werd wreed neergeslagen, door de Romeinse bezetter. Vooral door toedoen van Joazar ben Boëthus, die eerder hogepriester was geweest, stemden veel Joden uiteindelijk toch met de volkstelling in. Er bleef echter verzet, omdat sommige Joden vonden dat zij niemand - en zeker geen heidense Romeinen - als heer boven zich mochten erkennen dan God alleen. Judas de Galileeër en Sadok de Farizeeër waren de aanvoerders van deze groep.

Coponius en zijn opvolgers lieten hun eigen munten slaan. Anders dan de gouverneur van Syrië, maar evenals de Herodianen mochten zij geen kostbare zilveren munten slaan, maar iets minder waardevolle bronzen munten. Coponius hield rekening met Joodse gevoeligheden door geen afbeeldingen van mensen (bijvoorbeeld de keizer) op de munten te slaan, maar symbolen. Gevonden munten tonen aan de ene zijde een rijpe korenaar en aan de andere zijde een vruchtdragende dadelpalm. Wel tonen letters de inscriptie kaisaros 'van de keizer'.

Niet veel later werd Coponius teruggeroepen naar Rome. Hij werd opgevolgd door Marcus Ambibulus. Coponius heeft onder de Joden een positieve indruk achtergelaten, wat blijkt uit het gegeven dat een van de poorten van de tempel naar hem genoemd is.